1. Inleiding
In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV.
2. Risico-inventarisatie algemene risico's
Voor de begroting 2027 hebben we de risico's opnieuw in kaart gebracht. Daarbij hebben we beoordeeld:
- Of de eerder opgenomen risico's nog actueel zijn. Hierbij hebben we opnieuw gekeken naar de kans dat deze risico's zich voordoen en naar de omvang van de mogelijke financiële gevolgen.
- Of er nieuwe risico's zijn ontstaan die in de risicobeoordeling moeten worden meegenomen.
De actualisatie van de risico's leidt tot de hier onderstaande risicotabel.
Tabel risicokaart | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Financiële klasse | Maximaal financieel gevolg | Kans 10% | Kans 30% | Kans 50% | Kans 70% | Kans 90% |
6 | Meer dan | 3 (laag risico) | 2 (middel risico) | Geen risico’s | Geen risico’s | Geen risico’s |
5 | € 500.000 tot | 3 (laag risico) | 7 (laag risico) | Geen risico's | Geen risico's | Geen risico's |
4 | € 100.000 tot | 14 (laag risico) | 15 (laag risico) | 11 (middel risico) | 2 (middel risico)* | 4 (middel risico)* |
3 | € 25.000 tot | 21 (laag risico) | 12 (laag risico) | 11 (laag risico) | 2 (middel risico) | 1 (middel risico) |
2 | Minder dan | 15 (laag risico) | 12 (laag risico) | 4 (laag risico) | 2 (laag risico) | Geen risico's |
1 | Geen financiële gevolgen | 1 (laag risico) | Geen risico's | Geen risico's | Geen risico's | Geen risico's |
In de bovenstaande risicotabel zijn 142 risico's opgenomen. Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024.
Een risico links onder in de risicotabel vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Naarmate het risico verder naar rechts boven gaat, vereist het risico meer aandacht. De risico’s helemaal rechtsboven hebben een grote financiële omvang en de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is groot (> € 1.000.000).
In de bovenstaande risicotabel zijn enkele risico's met een * gemarkeerd en vetgedrukt. Dit zijn de risico's met de hoogste kans en de grootste financiële gevolgen. In de tabel hieronder lichten we deze toe
Omschrijving risico zie * in tabel risicokaart | Kans percentage | Financiële klasse | |
1 | Onze Loods: | 90% | 4 |
2 | WMO en Jeugdwet: | 90% | 4 |
3 | Financiële positie verenigingen en stichtingen: | 90% | 4 |
4 | Implementatie nieuwe software participatiewet: | 90% | 4 |
5 | Toename aantal uitkeringsgerechtigden: | 70% | 4 |
6 | Strategische aankopen vastgoed: | 70% | 4 |
3. Risico's en grondexploitaties
Op 11 maart 2025 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Het uitgangspunt van die nota is dat de gemeente streeft naar een situationeel grondbeleid met een actieve basishouding. De gemeente kiest er daarmee voor om zelf actief gronden te verwerven en te ontwikkelen op vlakken waar ze dat belangrijk vindt en/of waar het niet door marktpartijen wordt opgepakt. Aan een actief grondbeleid hangen altijd risico’s. Risico’s houden we zo klein mogelijk en in elk geval beheersbaar door zorgvuldige overweging voorafgaand aan en goede sturing voor en tijdens de uitwerking en uitvoering.
Financiële buffers
De gemeente heeft voor de grondexploitaties een eigen reserve ingesteld, namelijk de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARGE). Deze reserve kent een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad in oktober 2018 ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten.
Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project verandert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het gebeuren dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project.
Risico's ten aanzien van stikstof.
In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Ook het op een andere manier bouwen dan vooraf is gecommuniceerd, kan leiden tot een risico op stikstof. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen.
Risico's ten aanzien van netcongestie.
Naast de energieprijzen speelt het landelijke probleem van netcongestie ook in de (gemeentelijke) projecten steeds meer een rol. Het is geen vanzelfsprekendheid dat nieuwe woningen of accommodaties op het energienetwerk kunnen worden aangesloten. Als dat niet lukt, moeten er alternatieven onderzocht worden en de daarbij behorende kosten komen dan ten laste van het project. Dit speelt met name voor nieuwe projecten. De al langer lopende projecten ondervinden daarvan nauwelijks hinder of vertraging.
4. Benodigde weerstandscapaciteit
De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s bedraagt € 53,9 miljoen. Dit is het bedrag dat nodig zou zijn als alle risico’s die de gemeente loopt zich tegelijkertijd en volledig voordoen. In de praktijk gebeurt dit niet. We gebruiken daarom een statistische methode (Monte Carlo-simulatie) om te bepalen hoeveel financiële ruimte we nodig hebben om de financiële gevolgen van de risico's op te kunnen vangen.
De gemeenteraad heeft in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 vastgesteld dat we 90% zekerheid willen dat ons weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Op basis van de Monte Carlo-simulatie is berekend dat hiervoor minimaal € 9,2 miljoen nodig is. Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit .
5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis
Onder de beschikbare weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onvoorziene, niet-begrote kosten te kunnen betalen. We hebben hier de volgende middelen voor beschikbaar:
- Algemene reserve basis;
- Algemene reserve vrij aanwendbaar: flexibel inzetbaar;
- Stille reserves: bezittingen zoals gebouwen en gronden die meer waard zijn dan in de boekhouding staat.
Voor de berekening van de beschikbare weerstandcapaciteit nemen we op basis van de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 alleen de algemene reserve basis mee. Bij de begroting 2026 is de algemene reserve basis op € 9,4 mln. gebracht.
6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit.
Om te beoordelen of de gemeente voldoende financiële ruimte heeft om de risico's op te vangen, berekenen we de ratio weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit
Ook de Provincie Limburg gebruikt deze ratio om te beoordelen of een gemeente financieel weerbaar is. In onderstaande tabel staat hoe de provincie de ratio weerstandsvermogen classificeert.
Waardering | Weerstandsnorm ratio | Betekenis |
|---|---|---|
A | >2,0 | Uitstekend |
B | 1,4 - 2,0 | Ruim voldoende |
C | 1,0 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 1,0 | Matig |
E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende |
F | <0,6 | Ruim onvoldoende |
De ratio weerstandsvermogen uit op 1,03 (€ 9,4 mln. / 9,2 mln.) Hiermee voldoet de gemeente aan de minimale norm en is er voldoende financiële ruimte om de risico’s op te vangen. De algemene reserve basis hoeft dan ook niet te worden aangepast.
7. Kengetallen
Kengetallen | Jaarrek. | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Gestelde norm* | Risico |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten | 26% | 70% | 71% | 79% | 74% | 71% | 68% | A |
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = | 22% | 65% | 66% | 74% | 70% | 68% | 61% | A |
3. Solvabiliteitsratio = | 40% | 35% | 33% | 31% | 34% | 35% | 33% | B |
4. Grondexploitatie = | -2% | -1% | -1% | -1% | -1% | 0% | 7% | A |
5. Structurele exploitatieruimte = | 6% | 1% | 0% | 1% | 1% | 0% | 2% | A |
6. Belastingcapaciteit woningen= | 95% | 97% | 95% | 95% | 95% | 95% | 97% | B |
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 19-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024.
Normering van financiële kengetallen (GTK 2026 gemeenten).
De provincies gebruiken het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK2026) om te beoordelen hoe financieel gezond een gemeente is. In dit kader zijn normen vastgesteld voor de belangrijkste financiële kengetallen.
Voor elk kengetal zijn er 3 categorieën:
- Categorie A: weinig risico (goede financiële positie)
- Categorie B: gemiddeld risico
- Categorie C: veel risico (zwakke financiële positie)
Deze indeling helpt om snel te zien of een gemeente financieel sterk genoeg is om tegenvallers op te vangen.
Kengetallen | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
|---|---|---|---|
Netto schuldquote | < 90% | 90% - 130% | > 130% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen | < 90% | 90% - 130% | > 130% |
Solvabiliteitsratio | > 50% | 20% - 50% | < 20% |
Grondexploitatie | < 20% | 20% - 35% | > 35% |
Structurele exploitatieruimte | >0% | 0% | < 0% |
Belasting capaciteit | <95% | 95% - 105% | > 105% |
8. Conclusie kengetallen
Ratio 1 en 2. Netto Schuldquote
Deze ratio’s laten zien hoeveel schulden de gemeente heeft in verhouding tot haar eigen vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie maar voldoen we meerjarig niet aan de door ons zelf gestelde norm.
De schuldquotes stijgen tot 2028 omdat we meer vaste schulden aangaan om investeringen in de komende jaren te kunnen financieren. De netto schuldquote stijgt van 70% (2026) naar 79% in 2028.
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen stijgt van 65% (2026) naar 74% in 2028. Beide quotes laten vanaf 2029 weer een lichte daling zien.
Ratio 3. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio laat zien hoeveel eigen vermogen de gemeente heeft in verhouding tot vreemd vermogen. Dit geeft aan hoe goed we onze financiële verplichtingen kunnen nakomen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter.
De solvabiliteitsratio daalt van 35% in 2026 naar 31% in 2028. Vanaf 2029 stijgt de solvabiliteitsratio weer naar 35% in 2030. We vallen hiermee net als voorgaande jaren in risicoklasse B van de Provincie. Ook voldoen we met uitzondering van het jaar 2028 (31%) aan onze eigen gestelde norm van minimaal 33%.
De daling van de ratio t/m 2028 wordt enerzijds veroorzaakt door een daling van het eigen vermogen
van € 88,5 mln. begin 2026 naar € 77,3 mln. eind 2028. Er worden in deze periode onttrekkingen gedaan voor bijvoorbeeld onze loods en het sluitend maken van de begroting maar ook de reserve kapitaallasten daalt.
Anderzijds verslechtert de solvabiliteit door een toename van het lang vreemd vermogen. Dit is noodzakelijk om de investeringen voor de komende jaren te kunnen financieren.
Ratio 4. Grondexploitatie
Deze ratio laat zien hoe afhankelijk de gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties brengen risico's met zich mee en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Daarom is het beter als deze ratio laag is.
In de periode 2026 - 2030 ligt de ratio tussen de -/- 1% en 0%. Dat betekent dat we weinig afhankelijk zijn van inkomsten uit de grondexploitaties.
We vallen hiermee in de laagste risicoklasse(< 20%). Ook blijven we onder onze eigen norm van 2%. Dit is vanuit het risico-oogpunt positief.
Ratio 5. Structurele exploitatieruimte
Deze ratio laat zien of onze vaste inkomsten voldoende zijn om onze vaste uitgaven te betalen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter vanuit risico oogpunt. In de jaren 2026 t/m 2030 is dit percentage tussen de 0% en 1% positief. Dat betekent dat we in die jaren genoeg structurele inkomsten hebben en dus in de laagste risicoklasse (klasse A) van de Provincie vallen. Wij voldoen echter niet aan de door ons zelf gestelde norm van 2%.
Ratio 6. Belastingcapaciteit woningen:
De belastingcapaciteit geeft aan in hoeverre de gemeente nog ruimte heeft om de lokale lasten te verhogen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager het percentage, hoe meer ruimte er is om de belastingen te verhogen tot het niveau van het landelijk gemiddelde. Voor onze gemeente ligt de belastingcapaciteit in de periode 2027 tot en met 2030 rond de 95%. Daarmee blijft de gemeente onder het landelijk gemiddelde van 100% en vallen we in de middelste risicocategorie (B) van de provincie. Met de belastingcapaciteit van 95% blijven wij ook binnen de eigen norm van 97%. Dit betekent dat er nog enige ruimte is om de lokale lasten te verhogen.
Binnen de afzonderlijke heffingen is het beeld verschillend. De OZB en de rioolheffing liggen in Horst aan de Maas boven het landelijke gemiddelde, terwijl de afvalstoffenheffing juist aanzienlijk lager ligt dan het gemiddelde in Nederland.
Kanttekening bovenstaande ratio's
Bij de bovenstaande ratio's maken we de kanttekening dat deze berekend zijn op basis van een geprognosticeerde balans waarin alleen de voor de periode 2028 -2030 € 38 mln. door de raad reeds geaccordeerde investeringen zijn opgenomen. In deze balans zitten echter niet de € 56,0 mln. aan investeringen waarvoor in de periode 2027 - 2030 financiële ruimte is gereserveerd maar waarvoor de raad nog geen krediet heeft verstrekt. Als deze investeringen wel in de geprognosticeerde balans waren meegenomen dan zouden de schulquote's aanzienlijk hoger uitvallen en in 2030 boven de 100% uitkomen. We zouden dan van de niet langer in de minst risicovolle maar gemiddeld risicovolle categorie van de provincie vallen. Onze solvabiliteitsratio zou dan in 2030 rond de 29% i.p.v. 34% uitkomen waarmee we nog steeds in de gemiddelde risicocategorie zouden vallen maar wel aanzienlijk verder onder onze eigen norm van 33% uitkomen.
9. Samenvattende conclusie
De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van Horst aan de Maas op dit moment goed is. In de komende jaren komt deze enigszins onder druk te staan door de omvangrijke investeringen die noodzakelijk zijn om de ambities van te realiseren. Hierdoor nemen de schuldquotes toe en daalt de solvabiliteitsratio. Ondanks deze ontwikkeling blijft de gemeente op basis van de provinciale normen binnen de laagste of middelste risicocategorieën en is sprake van een financieel beheersbare situatie.
De stijging van de schuldpositie hangt direct samen met investeringen die bijdragen aan maatschappelijke opgaven, de kwaliteit van de dienstverlening en een toekomstbestendige gemeente. Tegelijkertijd blijft aandacht nodig voor het bewaken van de financiële ruimte, omdat voor enkele kengetallen de eigen streefwaarden tijdelijk niet worden gehaald. Positief is dat de gemeente beperkt afhankelijk blijft van grondexploitaties, structureel voldoende inkomsten heeft om de reguliere lasten te dekken en nog enige ruimte heeft binnen de belastingcapaciteit.
In lijn met het bestuursakkoord blijft de gemeente sturen op een solide en verantwoord financieel beleid, waarbij structurele lasten en baten in balans zijn en financiële risico's beheersbaar blijven. Daarbij maken we bewuste keuzes in prioriteiten en investeringen, met oog voor maatschappelijke meerwaarde en een gezonde financiële basis op de lange termijn. Het uitgangspunt blijft dat lastenverhogingen voor inwoners en ondernemers zoveel mogelijk worden beperkt en pas aan de orde zijn wanneer efficiencyverbeteringen, nieuwe verdienmogelijkheden en andere afwegingen onvoldoende resultaat bieden. Daarmee blijft Horst aan de Maas financieel wendbaar en weerbaar, ook in een periode van toenemende investeringen en onzekerheden.
